AnneLoes van Staa

Lector Transities in Zorg, Hogeschool Rotterdam

Gefeliciteerd, je bent de winnaar van de eerste Deltapremie. Wat betekent dat voor je?

“Dat is een grote eer en de bevestiging dat we met onze opvattingen over praktijkgericht onderzoek op de goede weg zijn. Ik ben een van de lectoren van het eerste uur en toen we begonnen hadden we geen idee wat een lector was. Wat doet zo iemand? Samen met mijn collega Jacomine de Lange, docenten van de kenniskring en de mensen uit de praktijk hebben we onze visie op praktijkgericht onderzoek ontwikkeld: wetenschappelijk verantwoord, praktijk gestuurd en participatief: met studenten, patiënten en zorgverleners samen. Ik denk dat wij juist door de combinatie van wetenschap, praktijk en onderwijs succesvol zijn.”

“Toen mijn collega Jacomine onlangs afscheid nam, hebben we onze openbare les uit 2003 doorgenomen. Onze ideeën zijn eigenlijk niet fundamenteel veranderd: toen vonden we ook al dat je goed onderzoek kunt doen met studenten. Dat was toen best omstreden, onderzoek in het hbo was echt een vreemde eend in de bijt. Nu, 17 jaar later is dat tij gekeerd: ik ben nu onderdeel van een groot en sterk Kenniscentrum Zorginnovatie. Ik ben er trots op dat ik kon bijdragen aan deze kleine revolutie in het hbo. Dankzij het lectoraat heb ik een geweldige kans gekregen om te groeien en bij te dragen aan maatschappelijke impact van het hbo.”

Wat is het belang van praktijkgericht onderzoek in het hbo?

“Er is een groot gat tussen wat we weten en de uitvoering in de praktijk. De grote uitdaging zit erin om de kennis die we hebben in de praktijk te brengen, naar de dagelijkse praktijk in de zorg. In het hbo kunnen en moeten we deze vertaalslag maken.”

“Lectoren hebben daar bij uitstek een rol in te vervullen. Voor het vertalen van onderzoek naar de praktijk en het onderwijs, moet je verstand hebben van de wetenschap, maar ook die praktijk goed kennen. Dankzij de aandacht voor onderzoek in het hbo hebben studenten en alumni meer interesse en belangstelling om zelf onderzoek te doen naar het effect van hun handelen. Doen wij het goede en doen wij het goed? Daar gaat praktijkgericht onderzoek over.”

Hoe ben jij in dit vakgebied terecht gekomen?

“In de jaren ’80 ben ik verpleegkundige geworden. Vanaf dag één vond ik het een enorm uitdagend en prachtig vak. Het contact met patiënten was geweldig. Waar ik toen tegenaan liep was dat je niet werd uitgedaagd om zelf na te denken en zaken echt te doorgronden. Vanuit die frustratie wilde ik verder leren, maar ik wilde geen manager worden. Toen ben ik geneeskunde gaan studeren. Maar het viel me niet mee om als coassistent weer helemaal opnieuw te moeten beginnen: mijn verpleegkundige kennis werd niet bepaald gewaardeerd.”

“In hart en nieren ben ik altijd verpleegkundige gebleven. Ik heb toen een studie medische antropologie opgepakt. Daarna ging ik op de universiteit werken in de sociaal-medische wetenschappen. Toch miste ik de link met de praktijk. De functie van lector Transities in Zorg bij Hogeschool Rotterdam was echt op mijn lijf geschreven! Ik zag het als een geweldige kans om weer met de praktijk van de zorg in contact te komen.”

“Het bijzondere was dat ik al onderzoek had gedaan over transities in zorg: als kinderverpleegkundige had ik kennisgemaakt met jongeren met ernstige chronische aandoeningen die niet konden worden overgedragen naar de volwassenenafdeling, maar moesten worden opgenomen tussen de kleuters. Deze groep viel echt tussen wal en schip. Dat werd dus mijn eerste onderzoeksthema als lector: en tegelijk mijn eigen promotieonderzoek.”

Kun je meer vertellen over jouw onderzoek?

“Het onderzoeksprogramma Op Eigen Benen heeft als doel de zorg voor jongeren met chronische aandoeningen beter te laten aansluiten op hun behoeftes en noden. Het gaat daarbij over de transitie naar volwassen worden en naar de zorg voor volwassenen. Wat willen en kunnen jongeren zelf? Hoe gaat het met ze in hun dagelijks leven? Hoe kunnen we transitiezorg op de kaart zetten? Naast onderzoek besteden we ook veel aandacht aan lobby en praktijkverbetering, samen met professionals en jongeren. De kroon op mijn werk is dat er nu eindelijk gewerkt wordt aan een nationale kwaliteitsstandaard voor transitiezorg.”

“Opvallend genoeg zijn wij de enige onderzoeksgroep in Nederland die dit thema behandelt Voor dit soort typische praktijkproblemen is in de academie weinig belangstelling; bovendien gaat het niet om ziekte specifieke problemen zoals in medisch onderzoek, maar juist om generieke thema’s.”

“Het lijkt misschien een niche-onderwerp maar in Nederland zijn er meer dan een miljoen kinderen en jongeren die opgroeien met een chronisch gezondheidsprobleem. Hun uitdagingen blijven vaak onbelicht omdat de algemene gedachte is dat kinderen gezond zijn en zelf willen ze ook niet anders dan anderen zijn. Jongeren zijn een vergeten doelgroep in de zorg, vergeleken met ouderen en mensen met dementie blijft de aandacht achter, terwijl ze hun hele leven nog voor zich hebben.”

“Waar ik trots op ben, is dat ons onderzoek echt voortkomt uit problemen die men dagelijks ervaart. Wat betekent dit voor jongere zelf, hoe kunnen we hen beter ondersteunen en hun eigen regie versterken? Mijn onderzoek gaat trouwens niet alleen over jongeren, maar strekt zich de laatste jaren ook uit naar ondersteuning van zelfmanagement van patiënten door verpleegkundigen. In Vitale Delta werken we ook aan het bevorderen van de vitaliteit van studenten en zorgprofessionals zelf.”

Waar ben je het meest trots op?

“Ik ben er vooral trots op dat we onderzoek, onderwijs en wetenschap echt verbinden. Daardoor levert ons werk gevarieerde producten op: van proefschriften tot een website met een Transitie Toolkit, gesprekshulpmiddelen, onderzoeksinstrumenten en een leerboek. Omdat we nauw samenwerken met patiënten, een jongerenpanel, studenten en professionals in de praktijk merk ik dat ons onderzoek bijdraagt aan daadwerkelijke verbetering in de patiëntenzorg.”

“Een voorbeeld van onze impact is dat ik bijna wekelijks word benaderd door collega’s uit de praktijk, docenten of studenten om samen na te denken over onderzoeksvragen. Ik probeer dat direct te vertalen naar projecten; soms kunnen we die projecten bundelen of stapelen en er subsidie voor aanvragen. Doel van ons onderzoek is altijd: verschil maken in de praktijk. Dat is impact!”

Wat is jouw droom voor de toekomst?

“Het is goed nieuws dat er steeds meer lectoren komen; met de kwantiteit gaat het de goede kant op. Nu moeten we investeren in kwaliteit, ervoor zorgen dat bestaande lectoren en onderzoeksgroepen sterker worden en meer impact realiseren. Daarvoor moet er commitment zijn om langdurig aan de slag te gaan. Je kunt niet vier jaartjes aan een onderwerp werken, de hypes volgen en verwachten dat je met een dag of wat in de week het verschil kunt maken.”

“Voor impact is een lange adem en serieuze investering nodig: van bestuurders én onderzoekers. Ook denk ik dat lectoren meer met elkaar moeten samenwerken. We doen dat in Vitale Delta met meerdere lectoren van vier hogescholen en dat is erg inspirerend.”

“De grote uitdaging is om de standaard neer te zetten dat lectoren de opdracht hebben onderwijs, wetenschap én praktijk te verbinden. Ik zie nog steeds dat lectoren het onderwijs in worden getrokken of alleen met de praktijk bezig zijn en niet publiceren. Maar wij moeten op alle drie de borden tegelijk kunnen schaken. Dat is ingewikkeld en vraagt veel van ons, maar dit is wel de weg.”