Steven Vos

Lector Move to Be, Fontys Hogescholen

‘Ik wil bruggen bouwen tussen mensen voor een actieve en gezonde leefstijl’

Dat onvoldoende bewegen grote gevolgen heeft voor onze gezondheid, is een realiteit. We zitten meer dan ooit en zijn steeds minder actief. Corona heeft dit er niet beter op gemaakt. Steven Vos – lector Move to Be aan de Fontys Sporthogeschool en winnaar van de Deltapremie 2021 – wil hierin verandering brengen. Niet alleen door kenniswerkers in beweging te krijgen, maar óók door in wijken met professionals plaatsen te creëren waar kinderen en volwassenen volop kunnen bewegen.

Het Lectoraat Move to Be werkt in samenwerking met het onderwijs en het werkveld aan oplossingen om verantwoord en duurzaam sporten en bewegen te stimuleren. De naam ‘Move to Be’ staat volgens Vos niet alleen symbool voor fysieke beweging, maar óók voor dingen in beweging brengen. “Wij richten ons op een Leven Lang Bewegen. Naar het voorbeeld van een perpetuum mobilé willen we een slinger in gang zetten die de aanzet geeft voor een eindeloze beweging. We ontwikkelen maatwerkoplossingen die op mensen, hun omgeving en de setting waarin ze verkeren, zijn afgestemd”, legt hij uit. Het doel is om op allerlei niveaus doelgroepen te stimuleren in beweging te blijven en gezond te leven: startend bij het kind dat geïnspireerd wordt door kwaliteitsvol bewegingsonderwijs, over de volwassene die een actieve leefstijl probeert toe te passen, tot de senior die het plezier in sport en bewegen (her)ontdekt.

De onderzoeksgroep van Vos is een multidisciplinair team dat twintig docent-onderzoekers telt. Zij werken in clusters samen met andere lectoraten en partners in het werkveld. Vos: “Binnen dit netwerk proberen we elkaar te versterken en bruggen te slaan met spelers binnen overheid, bedrijfsleven en onderwijs. Dat betekent óók dat we elkaars taal moeten leren spreken. Zo heeft een wijkverpleegkundige of fysiotherapeut het over een ‘patiënt’, richt een bedrijf zich op een ‘klant’ of ‘eindgebruiker’ en spreekt een ambtenaar van een ‘burger’. Binnen Move to Be praten we het liefst over ‘individuen’”. Al deze partijen kijken vanuit een andere ideologische bril naar de wereld: de één zorgt voor iemand, de ander ontlast iemand en weer een ander biedt een dienst of product aan. Het komt erop aan dat je verschillen overbrugt, zodat consensus ontstaat over het doel dat je wil bereiken.”

Bouwen aan een beweegvriendelijk schoolplein

Een voorbeeld van een bijzonder project waarin allerlei partijen de krachten bundelen, is KEIGAAF: een aanpak om een actieve en gezonde leefstijl onder basisscholieren in kansarme wijken in Eindhoven te bevorderen. “Deze kinderen behoren tot een risicogroep en dat komt deels doordat zij niet van jongs af aan hebben geleerd te bewegen en gezond te leven. Bijvoorbeeld omdat ze dit niet van huis uit meekrijgen, een laag inkomen een gezond voedingspatroon in de weg staat of omdat in de woning of buurt te weinig ruimte is voor lichaamsbeweging. Het doel van dit project is om op en rond school een omgeving te creëren waar scholieren gestimuleerd worden te bewegen, gezonder te eten en verschillende activiteiten worden uitgevoerd”, legt Vos uit.

Deze activiteiten worden per school bedacht door een speciale werkgroep, waarin leerkrachten, buurtsportcoaches, maatschappelijk werkers, medewerkers en ouders zitten. Vos: “De gedachte is dat je vanaf de basis – met ouders, kinderen, leerkrachten en buurtwerkers – in de wijk moet beginnen en hen moet uitdagen zélf met ideeën te komen. Zo hebben we op diverse locaties werkgroepen geformeerd, die creatieve oplossingen bedachten waarin gezonde voeding en beweging centraal stonden.”

Luister ook naar de podcast met Steven Vos

Voorbeelden zijn het stimuleren van actief transport naar school, het aanbieden van een naschools sportaanbod of een gezonde lunch en het creëren van een beweegvriendelijk schoolplein. Zo bleek in één van de wijken dat het schoolplein veel te klein was. “Er was geen ruimte om te spelen, er waren regelmatig conflicten en toen zijn we met de school en gemeente gaan kijken. Op een klein grasveldje verderop stond een oubollig, aftands speeltuintje. We hebben samen met de kinderen schetsontwerpen gemaakt voor een nieuwe speeltuin en de gemeente heeft hiervoor budget vrijgemaakt. De school paste vervolgens haar pauzeroosters aan. Het project laat zien hoe je gedragsverandering tot stand kunt brengen door het in te bedden in de belevingswereld van jonge kinderen. Zij zijn eigenaar van de plek en dat creëert een gevoel van trots.”

Van zittend werken naar lopend vergaderen

Samen met zijn onderzoeksgroep wil Vos ook de strijd aanbinden met de fysieke inactiviteit op de werkplek. Meer dan ooit brengen we onze dagen, al of niet in ons ‘thuiskantoor’, zittend door achter een computerscherm. Dit zorgt niet alleen voor fysiek ongemak, maar zet ook de mentale gezondheid onder druk. “In ons land voldoet de helft van de bevolking niet aan de norm om minimaal honderdvijftig minuten per week fysiek actief te zijn. Fysieke inactiviteit is wereldwijd de vierde doodsoorzaak en kan leiden tot allerlei welvaartsziektes. Veel mensen hebben een zittend beroep; zij zitten acht tot elf uur per dag. Dat kun je niet compenseren met een uurtje hardlopen per dag.”

Sinds vorig jaar werkt het lectoraat met TU/e, imec en TNO aan FITT: een grootschalig programma dat is gericht op de vitaliteit van werknemers. “Door covid-19 zijn de voor- en nadelen van het online werken naar voren gekomen. Je zit de hele dag achter een scherm, beweegt nauwelijks en mist de interactie met collega’s. In de klassieke kantooromgeving is daarentegen te weinig ruimte voor flexibiliteit, zoals werken op wisselende tijden en op flexibele werkplekken”, aldus Vos.

Om deze kloof te overbruggen, worden oplossingen ontwikkeld om de vitaliteit van medewerkers te vergroten en hen op maat te ondersteunen. Dat betekent dat technologie in staat moet zijn om zich aan te passen aan gebruikers en hun voorkeuren, werkroutines en omgeving. “We kijken naar de werkomgeving van de kantoormedewerker, waarbij we ons richten op actievere vormen van werken, zoals lopend vergaderen, waarbij we voor werknemers en collega’s letterlijk en figuurlijk drempels wegnemen. Ook kun je denken aan systemen waarmee zij hun werkdagen kunnen plannen, onder meer door bewuster een balans te vinden in hun agenda en ‘to do’-lijstjes.

Werkplek van de Toekomst

De eerste resultaten van het programma worden al zichtbaar. Zoals de Workplace Vitality Hub die in juni zijn deuren opende op de High Tech Campus Eindhoven. In dit slimme en duurzame kantoorpand (HTC85) wordt samengewerkt met grote bedrijven en startups in de regio Brainport Eindhoven om te kijken hoe vitaliteit op de werkvloer bevorderd kan worden. Met slimme technologie, data en kunstmatige intelligentie moet de Werkplek van de Toekomst een stapje dichterbij komen.

“Denk aan een systeem van sensoren die kunnen detecteren dat een vergaderzaal te vol zit en daardoor meer frisse lucht naar binnen laat blazen. Of een slimme bureaustoel die meet hoe je achter je bureau zit en je verleidt om je patroon te veranderen als je langdurig een verkeerde houding aanneemt. Maar ook aan licht boven je bureau dat zich aanpast aan het daglicht en aan jouw situatie, zodat je zo optimaal mogelijk kunt presteren”, vertelt Vos. “We willen een werkomgeving creëren waar intuïtieve technologie in samenspel met professionals uitnodigt tot bewegen, je helpt het beste uit jezelf te halen en die mensen verbindt. Zo kunnen we gezondheidsproblemen voorkomen en kan de productiviteit op de werkvloer worden verhoogd.”

Wisselwerking in een driehoeksrelatie

Vos wil de Deltapremie inzetten om discipline overstijgend met professionals en eindgebruikers een duurzaam systeem te realiseren. “Als we een goede basis kunnen leggen voor het leren bewegen op jonge leeftijd op school en in de thuisomgeving kunnen we de slinger in beweging krijgen op latere leeftijd. Ik wil met de Deltapremie de wijken in gaan, mensen een stem geven en op basis van co-design bottom-up nieuwe oplossingsrichtingen ontwikkelen. Zo wil ik een methodiek ontwikkelen om met verschillende middelen lokale samenwerkingsvormen tot stand te brengen en deze met te delen in een theater- of talkshowformat”, vertelt hij. “Ik ben vereerd dat ik de Deltapremie heb gewonnen, maar het is en blijft teamwork. Ik ben een aanjager en verbinder en soms betekent dit dat je op de voorgrond moet treden. Maar tegelijkertijd ben ik onderdeel van een groter geheel: van mijn onderzoeksgroep en in ons netwerk met partners in het werkveld en het onderwijs. De waarde van praktijkgericht onderzoek is de wisselwerking binnen deze ‘driehoeksrelatie’.”